Wie het over duurzaamheid heeft, denkt vandaag meteen aan ESG. Maar er bestaat ook zoiets als een duurzaam fiscaal beleid: een aanpak waarbij de fiscale positie van de vennootschap niet afhangt van de goodwill van één controleur, of van de vraag of de dossierkennis nog aanwezig is wanneer de aanslag drie jaar later op tafel komt.
In de praktijk zien wij af en toe ondernemingen die zich op dit domein te weinig proactief opstellen. Fiscaliteit wordt dan behandeld als een compliance-oefening die per boekjaar wordt afgevinkt, en er wordt pas advies ingewonnen wanneer de vraag van de administratie al binnen is. Op dat ogenblik is de manoeuvreerruimte grotendeels weg: de feiten liggen vast, de contracten zijn getekend, de structuur staat er. Wat volgt is verdedigen wat er is, in plaats van vooraf te kiezen wat het wordt.
Hieronder suggereren we vier bouwstenen om dat om te keren. Ze zijn cumulatief: elke bouwsteen vangt op wat de vorige laat liggen.
1. Combineer een jaarlijkse scan met bijstand op de sleutelmomenten
De klassieke aanbeveling luidt dat een onderneming haar fiscale processen periodiek moet doorlichten. Terecht: een jaarlijkse scan houdt de basis gezond. Ze bewaakt de btw-behandeling van terugkerende stromen, de kostenaftrek, de verwerking van bezoldigingen en vergoedingen, en de formele verplichtingen die steeds strenger worden gesanctioneerd.
Maar een jaarlijkse scan alléén volstaat niet, want de grote fiscale risico’s – en de grote kansen – volgen de kalender niet. Ze concentreren zich in een handvol momenten in het leven van een vennootschap:
- een herstructurering of overname — fusie, (partiële) splitsing, inbreng, aandelenoverdracht: het ogenblik waarop de vraag naar rechtmatige financiële en economische behoeften, latenties en overgedragen fiscale attributen zich scherp stelt;
- een groot of internationaal contract — met vragen over vaste inrichting, bronheffingen, btw-lokalisatie en transfer pricing die veel goedkoper zijn te beantwoorden vóór de handtekening dan erna;
- de ontwikkeling van nieuwe intellectuele eigendom — waar het verschil tussen wel of geen aftrek voor innovatie-inkomsten grotendeels bepaald wordt door hoe het ontwikkelingstraject van bij de aanvang is opgezet, gedocumenteerd en contractueel verankerd;
- de overdracht van het familiebedrijf — waar het verschil tussen een goed en een slecht voorbereid traject zich in Vlaanderen in drie cijfers laat samenvatten: 0, 3 of 27 procent. Nul procent schenkbelasting of drie procent erfbelasting wanneer de gunstregeling voor familiale vennootschappen speelt, tegenover een toptarief van 27 procent erfbelasting in rechte lijn wanneer ze dat niet doet.
De ene oefening vervangt de andere dus niet. De jaarlijkse scan bewaakt het lopende huis; de gerichte tussenkomst bewaakt de beslissingen die het huis verbouwen. Een korte tussenkomst op het juiste ogenblik is bovendien stelselmatig goedkoper dan een grondige doorlichting op het verkeerde.
Voor de raad van bestuur betekent dat één concrete governance-vraag bij elk belangrijk agendapunt: is de fiscale dimensie van deze beslissing bekeken door iemand die dit dagelijks doet? Het antwoord hoort in de notulen.
2. Stem fiscale onzekerheid vooraf af – federaal én Vlaams
Bij elke belangrijke verrichting blijft er onzekerheid over. Soms omdat de wet of de circulaire de situatie onduidelijk omschrijft. Soms omdat de toepassing afhangt van een feitelijke beoordeling – economische substantie, marktconformiteit, waardering – waarover redelijke mensen van mening kunnen verschillen.
Voor precies die gevallen bestaat de Dienst Voorafgaande Beslissingen. U legt uw voorgenomen verrichting voor, u krijgt een beslissing die de administratie bindt, en de discussie is beslecht vóór ze is begonnen. De wet voorziet in een indicatieve behandelingstermijn van drie maanden; een beslissing geldt in de regel voor vijf jaar. Aan de aanvraag gaat bovendien een prefiling vooraf: een informeel – desgewenst anoniem – voorbereidend overleg. Dat is het echte instrument: het laat toe de temperatuur te meten en bij te sturen voordat er iets op papier staat dat later tegen u kan worden gebruikt.
Let wel op wie bevoegd is. Voor gewestelijke materies – schenk- en erfbelasting, registratiebelasting – moet u doorgaans niet bij de federale rulingdienst zijn, maar bij de Vlaamse Belastingdienst, die een eigen praktijk van voorafgaande beslissingen heeft.
Twee zaken zijn bij dit alles essentieel. Ten eerste: de aanvraag moet écht voorafgaand zijn. Wanneer de verrichting al is uitgevoerd, is die deur dicht. Ten tweede: een ruling doet meer dan een interpretatiekwestie beslechten – ze neemt ook de willekeur weg. Dat eenzelfde dossier op verschillende plaatsen verschillend kan uitdraaien, hoort niet zo te zijn, maar het gebeurt. Een bindende beslissing op zak maakt die discussie eenvoudigweg irrelevant.
3. Versterk uw proceseconomie met een fiscale rechtsbijstandsverzekering
Niet elk geschil is te vermijden. En de kost van een geschil is zelden de belasting alleen: het zijn de erelonen, de expertises en de jaren doorlooptijd die maken dat ondernemingen betwistingen aangaan of net laten liggen om verkeerde redenen.
Dat laatste is het echte probleem. Een vennootschap die een verdedigbaar standpunt heeft maar het procesbudget niet wil dragen, betaalt uiteindelijk een aanslag die ze niet verschuldigd was.
Een fiscale rechtsbijstandsverzekering haalt die financiële overweging uit de beslissing. De vraag wordt weer wat ze moet zijn: heeft dit standpunt kans op slagen? Belangrijk daarbij is dat u wettelijk vrije keuze van advocaat behoudt – de verzekeraar kan u geen raadsman opdringen. Let bij de onderhandeling van de polis wel op de wachttijd, de uitsluiting van geschillen die bij ondertekening al bestonden of voorzienbaar waren, en de plafonds per dossier: die drie clausules bepalen samen wat de dekking in de praktijk waard is.
4. Verzeker de fiscale kostprijs
De vierde bouwsteen is minder bekend, maar wint snel terrein: u verzekert niet de kosten van de procedure, maar de fiscale kostprijs zelf — de belasting die verschuldigd zou zijn indien het risico zich realiseert.
Het scenario is herkenbaar voor wie ooit een transactie heeft zien vertragen. Er ligt een geïdentificeerd fiscaal risico op tafel: de kwalificatie van een partiële splitsing, de behandeling van een incentiveplan, een waardering die verdedigbaar is maar niet zeker. De kans dat het misgaat is klein, de impact is groot, en beide partijen weten dat. Het gevolg: een escrow die jaren geblokkeerd blijft, een prijsvermindering, of een deal die niet doorgaat.
Een verzekering van die fiscale kostprijs neemt het welbepaalde risico over, doorgaans voor de volledige onderzoekstermijn en met dekking van de belasting, de interesten, de verhogingen en de verdedigingskosten. De transactie kan doorgaan, de verkoper doet een schone exit, de koper heeft comfort, en het escrowbedrag komt vrij voor waarvoor het bedoeld was: de onderneming.
Buiten de overnamecontext wordt het instrument ook ingezet bij interne reorganisaties en bij waarderingsdiscussies. De sleutel is telkens dat het risico scherp is omschreven en gestaafd door een gemotiveerde juridische analyse: hoe beter het dossier, hoe lager de premie — en hoe groter de kans dat het risico überhaupt verzekerbaar is.
Voorspelbaarheid als doel
De vier bouwstenen hebben één gemeenschappelijke noemer: ze verplaatsen het ogenblik waarop u over fiscaliteit nadenkt naar voren, en ze zetten onzekerheid om in iets wat te becijferen is — een ruling, een polis, een premie.
Voor een raad van bestuur is dat de eigenlijke winst. Niet noodzakelijk dat er minder belasting wordt betaald, maar dat er geen verrassingen meer zijn. Een fiscale positie die u kan uitleggen aan uw aandeelhouders, aan uw bank en aan een overnemer, is per definitie een duurzame fiscale positie.
Auteur: Gertjan Verachtert is fiscaal advocaat en partner bij Sansen International Tax Lawyers


