Sinds het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV, 2019) mogen zowel BV’s als NV’s kiezen voor een sole director of een collegiaal bestuur. GUBERNA onderzocht samen met openthebox hoe ruim 105.000 Belgische vennootschappen die vrijheid invullen.
De cijfers tonen een duidelijk verschil tussen beide vennootschapsvormen. Bij BV’s heeft 55,3% een sole director en telt slechts 13,2% drie of meer bestuurders. Bij NV’s is dat net omgekeerd: 57,3% heeft een collegiaal bestuur van drie of meer leden, tegenover 13,3% met één bestuurder — een optie die pas sinds het WVV bestaat en dus op een reële verschuiving wijst.
Het aantal bestuurders alleen zegt daarbij niet alles: een steekproef van 200 BV’s met drie bestuurders toonde dat slechts 9% van hen statutair verplicht is om écht samen te beslissen. In 75% van de gevallen mag elke bestuurder net zo goed apart en op eigen gezag optreden, zodat drie bestuurders in de praktijk vaak neerkomen op drie individuele sole directors naast elkaar, zonder de collegiale toetsing die een bestuursorgaan net zou moeten bieden.
Bedrijfsgrootte en sector blijken de belangrijkste verklarende factoren. Hoe groter het bedrijf, hoe minder vaak het voor één bestuurder kiest: van 45,9% bij micro-ondernemingen naar amper 6,4% bij grote bedrijven (250+ FTE). Bij BV’s blijft sole directorship echter opvallend aanwezig op grotere schaal (20% bij grote, 29% bij middelgrote BV’s), vaak een overblijfsel uit de opstartfase dat niet is meegegroeid met het bedrijf.
Complexere sectoren zoals vastgoed, energie, overheid en financiën hebben gemiddeld grotere besturen en minder sole directors, terwijl dienstensectoren doorgaans kleinere, meer individuele besturen hebben. Daarbij is een sole director niet automatisch een teken van zwakke governance: steeds meer bedrijven werken met een raad van advies, die expertise en tegenspraak biedt als tussenstap naar een volwaardig bestuur — een evolutie die in Nederland al veel verder gevorderd is.
Het WVV heeft dus vooral bij NV’s voor een echte kentering gezorgd, maar zeker bij middelgrote en grote bedrijven in complexere sectoren blijft een collegiaal bestuur de betere keuze. GUBERNA adviseert kmo’s dan ook om stap voor stap naar een formeel bestuursorgaan te groeien (desnoods via een raad van advies als opstap) met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, sterker risicobeheer en financieel toezicht, en een goede voorbereiding op aandeelhouders- en generatiewissels. Een bekwaam bestuur levert bovendien strategische meerwaarde en, mits voldoende transparantie en rapportering, een hogere bedrijfswaardering.
Bron: GUBERNA-onderzoek “Sole directorship vs collegial boards”


