De Belgische markt voor fusies en overnames (M&A) toont opnieuw tekenen van leven. Dat blijkt uit de 13de editie van de M&A Monitor, een jaarlijkse bevraging bij 158 dealmakers en specialisten. Het algemene beeld: licht positief, maar met duidelijke kanttekeningen. Achter de heropleving gaan structurele verschuivingen en toenemende onzekerheden schuil.
Tweesporenherstel in 2025
Na een historisch zwak 2024 zet de markt in 2025 een voorzichtig herstel in. Dat herstel is echter ongelijk verdeeld. Vooral het kleine segment – transacties onder 20 miljoen euro – trekt aan. Meer dan de helft van de respondenten ziet daar een stijging van het aantal deals. Die activiteit wordt in belangrijke mate gedragen door ondernemers die hun bedrijf willen overlaten bij pensionering. Deze opvolgingsgedreven transacties blijken relatief ongevoelig voor economische cycli.
“Voorbereiding en positionering tellen in de middenmarkt meer dan timing alleen.”
Wannes Gheysen, Partner Mid-Market M&A, Moore Corporate Finance
In schril contrast daarmee staat het middensegment (20 tot 50 miljoen euro), waar bijna de helft van de experts een daling meldt. Hier spelen onzekerheid en complexiteit sterker, en wegen voorbereiding en positionering zwaarder door dan louter timing.
Grotere transacties houden beter stand. Ze profiteren van structurele trends zoals digitalisering en schaalvergroting, die bedrijven ertoe aanzetten strategische stappen te zetten, zelfs in een uitdagend economisch klimaat.
Positief sentiment voor 2026, met geopolitieke kanttekening
Begin 2026 was het sentiment onder dealmakers opvallend optimistisch. Meer dan de helft van de respondenten verwacht een verdere toename van het aantal transacties, en bijna een derde rekent zelfs op een groei van meer dan 10%. Slechts een minderheid voorziet een daling.
Financiële kopers, zoals private-equityfondsen, kijken iets positiever naar de markt dan strategische spelers. Dat is niet verrassend: zij staan onder druk om het opgehaalde kapitaal effectief te investeren.
Toch is dat optimisme intussen enigszins getemperd. Recente geopolitieke spanningen werpen opnieuw een schaduw over de markt en zorgen voor verhoogde voorzichtigheid. Tegelijk blijven langetermijnfactoren, zoals de vergrijzing, een stabiele motor voor M&A-activiteit, vooral in het kmo-segment.
Opvolging blijft de belangrijkste drijfveer
De verkoopmotivaties van ondernemers zijn opvallend consistent. Veruit de belangrijkste reden om een bedrijf te verkopen is pensionering. Daarnaast speelt ook de overtuiging dat een onderneming meer groeipotentieel heeft onder een nieuwe aandeelhouder een belangrijke rol.
“Een groot deel van de transacties waarbij wij betrokken zijn, is opvolgingsgedreven. Bij veel familiale bedrijven zoeken eigenaars continuïteit via een externe koper die zowel kapitaal als management kan inbrengen om het bedrijf verder te laten groeien.”
Koen Hoornaert, Partner, Van Olmen & Wynant
Andere vaak genoemde factoren, zoals fiscale druk of technologische disruptie door artificiële intelligentie, blijken voorlopig van ondergeschikt belang. In de praktijk blijft M&A dus in grote mate een verhaal van continuïteit en overdracht, zeker bij familiale bedrijven.
Waardecreatie centraal in overnames
Opvallend is dat drie op de vier overnames volgens de respondenten waarde creëren voor de koper. Bij zogenaamde add-on acquisities – waarbij bedrijven binnen een buy-and-buildstrategie verder uitbreiden – loopt dat percentage zelfs op tot 80%.
Die cijfers wijzen op een belangrijke evolutie in de manier waarop naar overnames wordt gekeken. Waar vroeger vooral kostenbesparingen centraal stonden, verschuift de focus steeds meer naar groei, schaal en talentontwikkeling als bronnen van waardecreatie.
Veranderende machtsverhoudingen in onderhandelingen
Hoewel de gemiddelde waardering stabiel blijft op 6,4 keer de EBITDA, verandert er onder de oppervlakte heel wat. Kopers lijken steeds meer de bovenhand te krijgen in onderhandelingen.
Dat blijkt onder meer uit het feit dat in bijna de helft van de transacties de uiteindelijke prijs lager ligt dan het initiële bod. Tien jaar geleden was dat nog slechts een kwart. Betere analysetools, waaronder AI-ondersteunde due diligence, spelen daarbij een rol: ze brengen risico’s scherper in kaart en versterken de positie van kopers.
“Elk jaar focussen we in de M&A Monitor op een specifiek topic. Dit jaar waren dat financiële kopers, zoals private-equityfondsen, versus strategische kopers – vaak sectorgenoten. Wat mij het meest verrast heeft, is dat financiële kopers gemiddeld hogere overnameprijzen betalen dan strategische kopers, nl. 7,3 keer de EBITDA t.ov. 6,2 keer.
Mathieu Luypaert, professor Corporate Finance, Vlerick Business School
De verschillen tussen types kopers zijn eveneens markant. Private-equityfondsen betalen gemiddeld hogere multiples (7,3 keer EBITDA) dan strategische kopers (6,2 keer). Technologiebedrijven blijven het duurst, met een gemiddelde waardering van 9,7 keer EBITDA.
Daarnaast neemt ook de bereidheid van banken toe om transacties te financieren. De gemiddelde schuldratio is gestegen van 2,9 naar 3,4 keer EBITDA, wat extra hefboom creëert voor kopers.
Het onderzoek werd uitgevoerd door professor Mathieu Luypaert en onderzoekers Sarah Muller en Tom Floru van het Centre for Mergers, Acquisitions & Buyouts aan Vlerick Business School, in samenwerking met Bank Van Breda, Moore, Van Olmen & Wynant en Wallonie Entreprendre.


