Digitale transformatie vraagt om leiders die technologie en governance beheersen. Als CIO van de Nationale Bank van België stuurt An Swalens de digitale transitie aan van een instelling met het volledige spectrum aan centrale bankactiviteiten. Ze bewaakt tegelijk als bestuurder van Athumi de toekomst van veilige datadeling. “Kennis en ervaring in digitale trajecten is van belang in een raad van bestuur.”
Technologieprojecten rond datadeling zijn vaak multidisciplinair van aard. Hoe organiseert u de samenwerking tussen technologie, beleid en juridische expertise?
“We brengen experten uit verschillende domeinen samen en hebben een overkoepelende samenwerkingsmethodiek uitgewerkt, zodat je niet bij elk project van nul moet herbeginnen. Daarnaast volgen we een heldere governance: risico- en goedkeuringsprocessen met een gestructureerde dagelijkse werking, om beslissingen gefundeerd te nemen en oplossingen stapsgewijs te optimaliseren.”
Welke technologische evoluties zullen de financiële infrastructuur de komende tien jaar het sterkst beïnvloeden?
“Verdere evolutie van artificiële intelligentie zal veel veranderen en brengt zowel risico’s als kansen, in innovatie en doorgedreven automatisering. De vraag blijft: hoe behoud je controle over de uitkomsten? Ook op het vlak van kwantum, cloud, dataplatformen, distributed ledger technology (DLT) en tokenization gaat het technologisch snel. Tegelijk heeft de aandacht voor digitale soevereiniteit en de bijhorende wetgeving een reële impact. Dit alles raakt rechtstreeks aan compliance en het omgaan met externe partijen.”
Hoe overtuigt u een raad van bestuur om nieuwe technologieën zoals AI of cloud te omarmen?
“Door opportuniteiten concreet te maken en de toegevoegde waarde helder te articuleren. Ook de kostenefficiëntie speelt mee. Een strategie moet tastbaar zijn, zowel op korte als op lange termijn, met een duidelijk pad en afdoende risicobeheersing. Bestuurders overtuig je niet met abstracties, maar met een verhaal dat klopt.”

Met Athumi wil Vlaanderen veilige datadeling tussen organisaties mogelijk maken. Waar staat dat domein als het project over vijf jaar succesvol is?
“Over vijf jaar is veilige datadeling ingeburgerd, in Vlaanderen en daarbuiten. Athumi’s rol is dan duidelijker: niet het bouwen van toepassingen voor één specifieke speler, maar het voorzien van een neutrale backbone waarlangs gevoelige data sectoroverschrijdend wordt gedeeld. Bedrijven, overheden én burgers rekenen op die vertrouwensinfrastructuur. Datadeling is geen moeizaam traject meer, maar een evident onderdeel van samenwerking, gedragen door concrete cases, goede ambassadeurs en het debat over datasoevereiniteit.”
Veel organisaties praten over datadeling, maar in de praktijk blijft het vaak bij intenties. Wat zijn de voornaamste drempels?
“De drempels zijn tweeërlei. Enerzijds ontbreekt vertrouwen: het is niet altijd duidelijk wat andere partijen met jouw data doen, wat je ervoor terugkrijgt en of er een kader en spelregels zijn. Anderzijds blokkeert het operationele aspect projecten wanneer datadeling veel middelen vergt en er eindeloos gedebatteerd wordt over standaarden.”
Welke rol ziet u weggelegd voor publieke infrastructuren voor datadeling in de economie van morgen?
“Publieke infrastructuren hebben een faciliterende rol: ze maken datadeling mogelijk en bieden standaarden aan voor iedereen. Commerciële doelstellingen passen daar niet in. Wel is er een rol in het bieden van vertrouwen rond veiligheid, betrouwbaarheid en spelregels. In de economie van morgen wordt die rol alleen maar belangrijker.”
“Bestuurders overtuig je niet met abstracties, maar met een verhaal dat klopt.”
Hoe helpt uw ervaring als CIO in uw rol als bestuurder van Athumi?
“De activiteiten van Athumi zijn voor een groot deel datagerelateerd, waardoor zowel mijn huidige als eerdere ervaringen in digitale trajecten van waarde zijn. Het is niet mijn taak om operationeel mee te werken, maar ik kan vanuit mijn expertise de juiste vragen stellen, over technologische innovaties en de impact op een organisatie en stakeholders, strategie met IT-leveranciers, cyberveiligheid, de vernieuwingscyclus van IT-oplossingen en het langetermijnperspectief van het technologische landschap.”
Moeten er meer CIO’s in raden van bestuur zetelen?
“Vrijwel alle organisaties hebben vandaag een doordachte digitale strategie nodig. Kennis en ervaring in die trajecten is zeker van belang in een raad. Het hoeft niet per se een CIO te zijn, maar iemand met een achtergrond in digitale strategie is meer dan welkom. Het is een strategisch thema waarvoor je ook op de lange termijn een visie moet uitstippelen.”
Welke vragen zou elke bestuurder aan zijn of haar CIO moeten stellen?
“Vier vragen zijn voor mij essentieel: hoe worden middelen en budget verdeeld over de verschillende prioriteiten, op korte en lange termijn? Wat is de langetermijnstrategie voor het technologische landschap en de bijhorende IT-risico’s? Hoe passen we onze processen en organisatie aan om digitale opportuniteiten beter te benutten en hoe nemen we onze mensen mee? Het talent dat nodig is om die plannen te realiseren, is de meest bepalende factor.”
Wanneer zegt u als CIO: dit risico nemen we, en wanneer niet?
“We starten altijd vanuit een goede governance, waarbij we risico’s in kaart brengen op basis van impact en waarschijnlijkheid, en ook de evolutie volgen. Naargelang een risico groen, geel of rood kleurt, beslissen we of we het aanvaarden, mitigeren of niet nemen. Het is altijd een afweging: hoe groot is het risico, wat is de concrete impact en wat zijn de kosten?”

Welke beslissing uit uw carrière heeft de grootste impact gehad op uw leiderschapsstijl?
“Mijn leiderschapsstijl is gegroeid uit al mijn ervaringen: werken met verschillende mensen en culturen, fusies, diverse teams en nieuwe rollen. Authentiek blijven en leren staat daarin centraal. Die stijl evolueert mee. Leiding geven aan een grote organisatie vraagt meer stakeholdermanagement en aanpassing aan een bredere cultuur dan bij een klein team. Belangrijk voor mij zijn een duidelijke visie, een open en kritische blik en constructief samenwerken naar resultaten, waarbij iedereen vertrekt vanuit zijn sterke eigenschappen, maar ook zijn minder sterke kanten kent.”
Als u met één historisch figuur kon lunchen, wie zou dat zijn?
“Spontaan denk ik aan Oppenheimer. Ik zou hem willen vragen naar het najagen van zijn passie, maar ook over het moment waarop hij beseft dat zijn werk op onvoorziene manieren wordt gebruikt. Zou hij het opnieuw doen? Het gesprek vindt plaats op een terras in Italië, met een weids uitzicht en goed eten. Voor een lange avond na de lunch breng ik ook een aantal sterke vrouwen uit de geschiedenis samen, elk met hun eigen blik op onze wereld vandaag.”
Tekst: Melanie De Vrieze
Fotograaf: Robert Smits


